Vakwerk

Wie nietsvermoedend aan het Droogdok Jan Blanken voorbijloopt, ontgaat de gezellige
bedrijvigheid en noeste arbeid van de trotse scheepseigenaren. Het geluid van het bikken
van hamers, het gebonk op staal & het slijpen van de pokken van de scheepshuid
weerklinken; geluiden die in deze unieke omgeving tot de verbeelding spreken … Tijd voor
een kijkje aan boord bij één van de schepen die onderhoud plegen in het eeuwenoude dok
in Hellevoetsluis.

Volharding en noeste arbeid

Geboeid door de bezigheden op het prachtige dok vragen we ons af wat er eigenlijk bij het
onderhoud van een oud schip komt kijken. We namen daarom dit voorjaar een kijkje aan
boord van kotter ‘Volharding’ die veilig droog achter de schipdeur, haar vierjaarlijkse keuring
en onderhoudsbeurt onderging. Schipper Ton Poiesz is met recht trots op het schip. De van
oorsprong garnalenkotter uit 1932, wordt ondanks haar schaarse jaarlijkse vaaruren met
precisie in varende conditie gehouden. En dat, zoals de naam van het schip al aangeeft, met
‘volharding’ en respect voor de oude technieken van vroeger.

Meten is weten

Het stalen schip wordt elke vier jaar drooggezet om de scheepshuid op dikte te controleren.
Allereerst wordt het schip na de dokking met een hogedrukspuit afgespoten, gestraald en
goed schoongemaakt. Daarna komt een gecertificeerd keurmeester langs om een meting te
doen van de dikte van de scheepshuid. Door te kloppen op het staal, geeft hij op zeker 60
plekken aan waar de romp met een slijptol kaal gemaakt dient te worden. Op de aangegeven
plekken wordt het staal nauwkeurig gecontroleerd en gemeten en mocht de scheepshuid te
dun zijn dan moet op die plekken een nieuwe plaat worden ingelast. “Gelukkig is dat nog
nooit het geval geweest,” vertelt eigenaar Ton opgelucht.

Kalibreren

Na de metingen worden er op de romp van het schip verschillende verflagen aangebracht en
wordt het schip buitenom strak in de lak gezet. De brandblussers worden overhaalt en
gekeurd, de trossen en lijnen worden op slijtage nagekeken, het roer en de schroef krijgen
een inspectiebeurt en worden nauwkeurig op eventuele speling gecontroleerd. En uiteraard
krijgt ook de originele motor (uit 1932) haar broodnodige onderhoudsbeurt. Ondertussen
ondergaat de navigatieapparatuur ook een grondige check up. “In de Waalhaven staat nog
steeds een kompaspaal,” vertelt Ton enthousiast. “Daar kun je kijken of het kompas het
Noorden nog juist aangeeft (kalibreren). Als het een paar graden afwijkt kan het kompas
door middel van kleine magneetjes op het kompas opnieuw worden afgesteld.”

Oude technieken

“Waar we tijdens deze onderhoudsbeurt ook veel aandacht aan geven is de originele
marifoon. Hoe gemakkelijk is het om deze gewoon te vervangen voor iets nieuws? Maar
daar gaan we mooi niet aan beginnen!” verzekert Ton ons trots. “De technieken van vroeger
werken nog steeds uitstekend en liever volharden we in het reviseren van het apparaat. En
gelukkig weet onze vrijwilliger Jan daar wel raad mee!” Jan van der Knaap uit Hellevoetsluis
is voorzitter van de elektronicaclub en is te vinden in de werkloods van het droogdok. Ook
bij hem kijken we even om een hoekje. Jan knutselt graag in de ruimte die de Electronicaclub
Zuid-Hollandse Eilanden al jaren huisvest. Jan vindt het nog altijd een sport om oude
marifonen op te knappen en aan te passen aan de nieuwste EU-regels en helpt vriend Ton
graag.

Oud wordt nieuw

Jan beaamt: “Zo’n oude marifoon is toch veel mooier en passender dan zo’n nieuwerwets
ding waar je alleen maar printplaten aan kunt vervangen?” Jan is druk bezig met het
vervangen van de elektrolyt condensators en vertelt ons dat, als die uitdrogen, er
kortsluiting kan ontstaan. Daarnaast controleert hij een zendertje dat de identificatie
meestuurt als de marifoon wordt gebruikt op het water. “Dat is volgens de nieuwe Europese
regels een verplichting,” besluit Ton. “We zorgen er niet alleen voor dat alles weer feilloos
werkt, maar dat de apparatuur ook voldoet aan alle geldende regeltjes.”

Dit artikel is eerder in gedrukte vorm verschenen in het lifestyle blad de ‘Hellevoeter’.